Toelichting bij Rondom Advent en Kerst

Terug naar Rondom

Toen het thema 'Advent en Kerst' op de agenda kwam, was mijn eerste gedachte: hoe voorkom je het maken van een CD die geen enkele verrassing meer biedt? Immers, de melodieën van kerstliederen zijn overbekend, want ze schallen al wekenlang voor Kerst door de luidsprekers van winkelcentra. Koren zijn al maandenlang met het kerstrepertoire aan de gang en Kerstfeest is commercie geworden.
De uitdaging om een programma te maken wat wel herkenning oproept, maar toch net anders is, was groot. Het resultaat is een CD die wat betreft programmering en speelduur te vergelijken is met een 'leuk' concert: niet al te zwaar en te lang, maar als één geheel (een uurtje) te beluisteren.

De CD opent met een bewerking door Smart van Händels For unto us a Child is born uit de Messiah. Een bekend koorwerk, maar als orgelbewerking nagenoeg niet gespeeld. Smart heeft er een moeilijk speelbaar stuk van gemaakt, met name door de snelle opeenvolging van tertsen in de rechterhand die wel gekoppeld gespeeld moeten worden. Een jubelende start, die duidelijk maakt waar Kerst voor staat.

De sfeerimprovisatie over het adventslied O kom, o kom Immanuël is meditatief van aard, waarin ik veelvuldig gebruik maak van de zachte grondstemmen van zowel het bovenwerk als de overige werken. Je zou kunnen zeggen dat de stijl van deze improvisatie neigt naar de Franse impressionistische stijl, hoewel ik nooit probeer een componist na te bootsen, als dat al zou kunnen.

Het adventskoraal Nun komm, der Heiden Heiland geldt voor mij als één van de allermooiste koralen die Bach schreef. De melodie, gespeeld op de Vox Humana, zingt de verwondering en verwachting in prachtige coloraturen uit. Voor mensen die de melodie van het koraal niet kennen zal het lastig zijn er iets 'koraalachtigs' in te ontdekken, maar dan blijft de prachtig versierde melodie het luisteren waard. Het is een werk wat je eigenlijk nooit zat wordt, maar wat telkens weer iets nieuws voor je heeft. En laten we maar eerlijk zijn, dat kan van de meeste muziek niet gezegd worden. De Vox Humana van het bovenwerk is bijzonder karakteristiek en klinkt vooral in bovenste regionen verrukkelijk.

Helmut Walcha, de bekende Duitse blinde orgelvirtuoos, is vooral bekend geworden om zijn fabelachtige techniek en enorm muzikaal geheugen, die hem in staat stelde alle orgelwerken van Bach op de langspeelplaat te kunnen opnemen. Minder bekend zijn z'n koraalvoorspelen in gematigd moderne stijl die wat vorm betreft zeker barok aandoen. Het korte voorspel Den die Hirten lobten sehre is een pastorale –herderszang- gespeeld op de Fluit 4' van het bovenwerk. Het vertoont gelijkenissen met Bachs Pastorale, waarbij ook de bas een enkele langgerekte toon voortbrengt.

Van Dupré's werk geldt dit Il est né, le divin Enfant als onbekend. Dupré schreef dit werkje op aandringen van zijn dochter Marguerite. Het is een koraal met enkele variaties, die overigens niet allemaal de hele melodie weergeven, waarna een fuga -meer een fugetta eigenlijk- het geheel completeert. De registratieaanduidingen van Dupré volg ik redelijk, maar niet helemaal: hij schreef het namelijk voor een veel kleiner instrument met dus minder mogelijkheden.

Hoewel de Lofzang van Maria een prachtige melodie bezit, wordt er weinig over geïmproviseerd of geschreven. Voor mij aanleiding om eens te improviseren in variatievorm. Voordeel van een dergelijke vorm is dat de herkenbaarheid groot is, en de klankkleur van het orgel goed gedemonstreerd kan worden. De tweede variatie valt op door de registratie: een Hobo op het bovenwerk omspeelt de melodie, gespeeld op de Sesquialter van het rugwerk. De vierde variatie is een soort aria, waarbij de herkenbaarheid van de melodie minder belangrijk is. Men vraagt mij wel eens in welke stijl ik improviseer. Ik denk dat wij, improviserende organisten, zoveel hebben meegekregen uit verschillende tijdsbestekken, dat we nooit in staat zijn om echt goed in de stijl van Bach of Reger -om maar wat te noemen- te spelen. Ja, het kan er op lijken, dus noemen we het een stijlimitatie. Maar Jan Jongepier zei eens terecht: 'Als je in de stijl van Bach probeert te spelen, mag je al blij zijn dat het op Krebs lijkt.' Dat is een bescheidenheid die plezierig aandoet. In de improvisatie over de Lofzang van Maria kun je daarom horen wat je wilt. In ieder geval probeer ik er mijn eigen stempel op te drukken.

De Weihnachts-Pastorale is vooral een vreemd stuk, geschreven door een zeer onbekende componist. Johannes Conze schreef een soort sfeermuziek waarin het overbekende 'Stille nacht' gecombineerd wordt met 'Vom Himmel hoch da komm ich her'.

Max Reger mag best gezien worden als één van de grootste orgelcomponisten aller tijden. De twee koralen komen uit Opus 67, een verzameling karaktervolle koraalvoorspelen waarvan slechts enkele veelvuldig ten gehore worden gebracht. Het Nun komm, der Heiden Heiland is een ingetogen koraal, gespeeld op zachte achtvoeten van zowel hoofdwerk als bovenwerk. Es ist das Heil uns kommen her is geen kerstlied, maar verwijst er wel naar en past dus ook 'rondom'. Datzelfde geldt overigens ook voor het beroemde Benedictus, dat naar mijn idee wel het mooiste werk van Reger genoemd mag worden. De expressie die Reger in dit stuk weet te leggen is werkelijk ongekend!

Via de onbekende Oechsler en de bekende Boëly -die echt prachtige muziek schreef, waaronder een aantal koralen die op Bachs koraalkunst zijn geënt- vervolgt het programma met een geïmproviseerde trio over Nu zijt wellekome. De cantus firmus wordt gespeeld met de Dulciaan 8' van het rugwerk, welke afkomstig is van het Naber-orgel uit Vriezenveen.

Es ist ein Ros' entsprungen van Brahms is een bijzonder fraai gecomponeerd koraal. Brahms' orgelwerken maken slechts een klein deel uit van zijn totale oeuvre, maar zijn stuk voor stuk diepgaande en goede orgelwerken. Hij schreef de elf koralen, waarvan dit koraal deel uitmaakt, aan het einde van zijn leven.

Het programma eindigt met twee werken van Guilmant, een Franse componist die hele mooie karakterstukken schreef. Guilmant was een orgelvirtuoos en in zijn tijd een beroemdheid. Tochter Zion, freue dich heeft de melodie van 'U zij de glorie', maar is feitelijk een Duits adventslied.

Tenslotte: dat de opname gelukt is mag een wonder heten. De naburig gelegen voormalige Elleboogkerk, nu het Armando Museum, ging op de dag van de opname in rook op. Tussen sirenes en helikoptergeronk door moest er worden opgenomen. Daar is niet veel van te horen: hooguit hoort u de windmotor, de klapperende -inliggende- tremulant van het bovenwerk, de krakende orgelbank (stilzitten valt niet mee als je moet spelen…), piepende en klepperende mechaniek van registers en tractuur, gebrom van de organist, een voorbijrijdende vrachtwagen, en misschien wel meer. Het enige wat echt van belang is, is dat de muziek waaraan componisten hun kracht hebben gegeven en het instrument -dat de moeite waard is- het volle pond krijgen. Veel luisterplezier!

Bram Brandemann

Terug naar Rondom

Techniek & realisatie: Verrips Digitale Diensten